Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt, aan liet laatste, reeds omdat wij geene kans zien, anders tot een klaar begrip van de beteekenis van ontdekking en bewijsvoering, zelfs bij dit onderwerp, te geraken.

Van meer gewicht is liet bezwaar, dat er voor den mensch, in weerwil van zijne behoefte aan waarheid, toch weinig uitzicht schijnt te bestaan om haar in evenredigheid met die behoefte machtig te worden. Afgezien van het vele dat hem gedurig afleidt van den weg dien hij tot zijne wezenlijke lotsverbetering zou te volgen hebben, schijnen zijne gaven, zelfs waar hij de goede richting inslaat, te kort te schieten. Naarmate wij met een voorwerp beter bekend worden, vertoont het ons iijnere bizonderheden, en meerdere betrekkingen tot andere dingen, zoodat onze geheele voorstelling daarvan voortdurend gewijzigd wordt, zonder dat wij van dit herhaalde omwerken in de verste verte een einde bespeuren. De kleine ruimte die wij in het heelal bezetten en bestrijken, onze korte levensduur, de geringe verscheidenheid en doordringendheid onzer zintuigen, de beperkte bevatting van ons spoedig vermoeid verstand, dat alles dringt tot de gevolgtrekking, dat onze middelen niet geëvenredigfl zijn aan de gestelde taak. Nog meer, hetgeen de dingen ons te kennen geven, bepaalt zich in het beste geval tot fragmenten hunner openbaring naar buiten, die wij in gedachte hebben bij te werken en te ontcijferen. Laat het zijn, dat sommige dier fragmenten toereikende inlichting bevatten omtrent de geaardheid van een geheel dat ons bezig houdt. Al ware het, dat nu en dan een onzer denkbeelden aan de werkelijkheid geheel beantwoordde, dan ware dit het gelukkig gevolg van een toevallig ontmoeten der noodige gegevens. Doch waaraan herkenden wij de hoogere waarde van deze gegevens in ver

4

Sluiten