Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijzen kon; mits zij dan toch in ons geestelijk voedsel' tot een zeker bedrag ware opgenomen. Wanneer liet denkbeeld van waarheid blijkbaar uit ons onverbasterd geestesleven ontspringt, mag men voorzeker beginnen met te onderstellen dat dit er niet op ingericht is om aan alle waarheid vreemd te blijven, en ook de waarschijnlijke voorstelling van zaken, waartoe wij het (misschien) ten hoogste brengen, aanspraak heeft om althans als een ruwe schets van het werkelijk bestaande te worden in eere gehouden. En nu bevestigt de uitkomst der toepassing van vele dergelijke voorstellingen eiken dag, dat zij inderdaad waarheid bevatten, anders gezegd, tot de waarheid naderen.

Slechts mag de echte, normale of „objective" waarschijnlijkheid, die men met goed gevolg zelfs aan meting en berekening onderwerpt •), niet worden verward met de „subjective," d. i. de bloote meening van dezen of gene, dat zekere voorstelling van het bestaande meer of minder waarschijnlijk is. Voor de wetenschap is het de vraag niet, welke waarde een individu, mede onder den invloed van zijne gewoonten of wenschen, aan een denkbeeld is komen te hechten, maar, hoever de redelijke, du& voor iederen onbevooroordeelde geldige gronden strekken, waarmede het voorwaarhouden van dat denkbeeld kan worden gestaafd. De uitvoerbaarheid van dat onderzoek in menig geval, en het welslagen der daaruit voortvloeiende maatregelen, is wel geschikt 0111 de bevoegdheid van den geest die naar waarheid streeft, boven twijfel te verheffen.

1) Vg!. Masaryk, David Hume's Skepsis und die Wahrscheinlichkeitsrechnung, Wïen 1884; J. von Krics, die Principien der H'ahrtcheinlichkeitsrcchnung, Freiburg 1886, Cap. 1.

Sluiten