Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn betoog zekere eigenaardige werkzaamheid van den geest toegeeft, die in mindering komt van zijn oorspronkelijk beweren '). Zij allen ontleenden hunne theorie aan de volgende woorden van Aristoteles: . . . „als bij een „schrijfbord, waarop niets in werkelijkheid geschreven „staat, zooals het geval is met den geest" '). Zij, en velen met hen, slaan geen acht op dat bijgevoegde „in werkelijkheid," en daarmede ontgaat hun de eigenlijke zin der daar voorgedragen leer, die zij van hun standpunt zouden moeten bestrijden. Volgens Aristoteles toch is in den geest de aanleg tot zekere denkbeelden voorhanden, die dan eerst werkelijk te voorschijn komen, wanneer zij door een waarneming worden opgewekt; ongeveer zooals de gereedliggende tonen onzer orgels en klavieren bij het aanslaan worden vernomen; — een wijziging van het gevoelen van Plato, wiens eeuwige typen van al het bestaande, vóór den aanvang van ons aardsche leven aanschouwd, een sluimerende gedachtenis in de ziel hebben achtergelaten, die door waarneming van het daarnaar gevormde aanvankelijk herleeft.

1 ) Leibniz, Nouyeattx Essais sur /'entendement humain (1703), II. 1, p. 223 ed. Erdmann: . . . „Nihil est in intelleccu quod 11011 fuerit in sensu; excipe: nisi ipse intellectus .... Cela s'accorde assez avec votre auteur de 1'Essai [Locke], qui clierclie 1111e bonne partie des idéés dans Ia rdflection de 1'esprit sur sa propre nature". Vgl. bij Locke book II cp. 11. Ib. cp. 12 § 1 is sprake van „acts of the roind, wherein it exerts lts power over its simple ideas."

■) De -dnima III. 4 u: „iaansii èv yga/ijuaiEicw èf a> fiijdiv inuij/Bi, ifiski^/siu yeyortujifpot. onso uvftfhxivsi. ènl rot" rov." riMixun iet op beteekent een schrijfbord van was, doch (volgens Julius Pollux IV. iy) ook wel een kastje, waarschijnlijk tot het wegsluiten van schrifturen, van waar mogelijk, langs een of anderen omweg, Locke's cabinct.

Sluiten