Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7«Je Hoofdstuk: Inwendige waarneming.

Tot nog toe hebben wij alleen gelet op de uitwendige waarneming, of degene waarvan de natuurstudie den oorsprong van buiten het lichaam, door zintuigen als het oog en door het zenuwstelsel heen, tot in de hersenen vervolgt. De vijf van ouds bekende zinnen laten zich aan hunne lichamelijke toestellen gemakkelijk herkennen. Doch zij leveren niet den geheelen voorraad van waarnemingen waarvan wij partij trekken.

De toestanden waarin andere deelen van ons eigen lichaam verkeeren, brengen door bemiddeling van het zenuwstelsel eigenaardige gewaarwordingen te weeg. Daar is het gevoel van inspanning, dat van uitputting en van verzadiging; dan zinnelijk welbehagen en lijden, waarin reeds een persoonlijke houding tegenover de gewaarwording wordt aangenomen, hetzij van toestemming of van verzet. Met hulp van zulke ondervindingen wordt binnen de voorgestelde lichamelijke wereld ons eigen lichaam van alle andere onderscheiden. Dan komt de gemoedsstemming, opgeruimd of neerslachtig; misschien, wanneer wij er geene reden voor vinden, de uitwerking van den gang der hersenverrichtingen, bevorderd of belemmerd door louter lichamelijke omstandigheden, of dezulke die het onbekende verband tusschen geest en brein met zich brengt. Bij dat alles komen, als bij de werking der bekende vijf zinnen, ervaringen omtrent het zenuwstelsel de zaak eenigermate verklaren.

Daarentegen zijn er andere verschijnselen, die ons van het bewuste leven op zichzelf getuigenis geven. Bij het gevoel van lief en leed (onderscheiden van zingenot en pijn) weten wij van een voorstelling wier inhoud met ons

Sluiten