Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot dusverre hadden wij ons gesteld op het standpunt der natuurstudie, en spraken van licht, terugkaatsend lichaam, zintuig, zenuwstelsel, hersentoestanden, als van •zaken die ons uit eigene aanschouwing, aangevuld met de berichten van anderen, van nabij bekend waren. Wij gedroegen ons als iemand die gelijkelijk den toegang had tot de lichamelijke wereld waarin hersentoestanden tot stand •komen, en tot het bewuste leven van hem wiens de hersenen zijn; iemand die hier en ginds onmiddelijk den afdruk in zich opnam van hetgeen er voorkomt en voorvalt.

Dit gelijkmatig verkeer van den onderzoeker met de lichamelijke wereld en den inhoud van een bewustzijn is inderdaad niet aanwezig. De onderzoeker, evenals iedereen, heelt zijn standpunt, van waar hij alles beschouwt, alleen binnen zijn eigen bewustzijn. Hij mag de indrukken die hem geworden door een lichamelijken toestel -ontvangen, doch daarvan bespeurt hij niets. Hij neemt niets waar van zijne eigene hersencellen en hare verandetingen, noch van zijne zenuwdraden of zijn oog; niets van aethertrillingen of van een groepeering van kleinste korrels of vezels die zulke trillingen ontvangt, in iets anders omzet of terugwerpt. Wanneer hij later van zulke dingen kennis draagt, dan is deze kennis slechts een gedeelte van de voorstelling der wereld, die hij door velerlei bewerkingen heeft moeten bereiden uit hetgeen in zijn bewuste leven indrong. Zelfs de waarnemingen die hem tot de voorstelling van zijn lichaam brachten, zijn geene on•middelijke opnemingen ter plaatse, maar aldus door hem bereid. Volgens de natuurwetenschap geschiedt dit almede onder den invloed van zenuwprocessen die op hersentoestanden uitloopen, doch dat alles gaat buiten zijn bewustzijn om. Het beeld dat hij van zijn eigen lichaam bezit,

Sluiten