Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als in een tweede exemplaar na te scheppen, dan is dat niet opmerkelijker dan dat iemands beeld in een zuiveren spiegel nog geen menschelijk lichaam, ja in het algemeen het een niet het ander is. Immers onder het geheimzinnige „wezen", waarvan men de kennis noode ontbeert, wordt als men scherp navraagt ten slotte verstaan het absolute na aftrek van alles wat het van zich te kennen geeft, het werkzame zonder zijne werkzaamheid, het ding zonder zijne eigenschappen, het zijnde zonder dat wat het i s voor een kennenden geest hoegenaamd. Men bezwaart zich omdat niets kenbaars overblijft nadat men alwat er aan de zaak zou te kennen vallen, opzettelijk en uitdrukkelijk heeft weggedacht. — Wil men daarentegen dat de menschelijke kennis op haren hoogsten trap nog te kort zou schieten bij hetgeen van kennis in het algemeen verlangd kan worden, dan gaat men alweder onze bevoegdheid te buiten. Wij kunnen eenigszins nagaan, hoever ons geslacht gekomen is, en op welke verdere veroveringen het thans uitzicht meent te hebben, doch volstrekt niet, welke uitzichten zich zullen vertoonen wanneer het eenmaal tot de plaats van zijn tegenwoordigen gezichteinder doordringt, en zoo al verder in streken waarvan wij nog niet de minste voorstelling hebben.

Het veelbesproken vraagstuk betreffende „de waarheid der menschelijke kennis," zoo het die kennis als aanwezig feit wil gemeten hebben aan een daarbuiten gegeven standaard, zal althans moeten wachten tot het feit in zijne voltooiing voor ons staat. Is de bedoeling daarentegen, te vragen waarin de waarheid van menschelijke kennis bestaat, dan kunnen wij ons thans ten minste eenige rekenschap geven van hetgeen wij ons voorstellen met onze wetenschappelijke bemoeiingen te bereiken.

Sluiten