Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaart voor enkel schijn, d.i. niet het bestaande-zelf maar het gezamenlijke voortbrengsel van het bestaande met den geest in een zijner toestanden. Van dat oogenblik af onderscheidt hij tusschen zijne wereld zooals zij zich als jongste uitkomst van zijn waarnemen en overdenken aan hem vertoont, — of de v e r s c h ij n i n g, waarvan een gedeelte niet meer dan schijn is, — en de zelfstandig bestaande wereld, de absolute werkelijkheid, met welke hij door waarnemingen en behandeling zijnerzijds in voortdurend verkeer staat, en die hij in telkens verbeterde uitgaven zijner eigene of gedachte wereld tracht af te beelden. Wat hij voor louter schijn houdt, wordt daarom niet uit zijn bewustzijn verwijderd en voortaan onmogelijk gemaakt, maar slechts niet opgenomen onder de voorstellingen die hij erkent als waar, d. i. als getrouwe uitdrukking van het werkelijke, en die den inhoud zijner „overtuiging" uitmaken. Alleen zal hij bij geschikte gelegenheid tot een ware voorstelling van het ontstaan ook van den schijn trachten te komen. Voortaan is ieder denkbeeld dat zich niet dadelijk als louter phantasiebeeld te kennen geeft, van waar het dan ook afkomstig moge zijn, voor hem als het ware een candidaat die in aanmerking komt om te worden opgenomen in het verband van de voorstelling die hij zich vormt van het samenstel der werkelijke wereld; het wordt als zoodanig aangenomen of verworpen, m. a. w. zijn aanspraak op waarheid bevestigd of ontkend.

Wanneer hij zich later rekenschap tracht te geven van hetgeen hij verstaat onder de werkelijkheid, afgezien van de mate waarin hij ze tot nog toe heeft kunnen afbeelden, dan zal hij zich moeten bepalen tot deze twee punten: zij brengt de verschijning te weeg, en zij is gebonden aan een onverbrekelijke orde. Geen van die punten

Sluiten