Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellingen van werken en lijden, uit ondervinding aan onszelven opgedaan, worden nu verder, naar behoefte omgewerkt, tot verklaring van allerhande verandering gebezigd. Kon een eeuwigdurende staat van zaken als bestaand feit zonder meer worden aangenomen, — een staat van zaken daarentegen, die een anderen vervangt, moet, meenen wij, een „oorzaak" hebben. Zoeken wij deze in een gegeven geval, dan gaan wij hiervan uit, dat het inwerkende ding met hetgeen de inwerking ondergaat bijeen dient te zijn voordat er iets kan gebeuren, en zien dus in onze herinnering rond naar iets bijgekomens bij datgene waarin het voorval een wijziging bracht. De standvastige orde der dingen brengt mede, dat gelijke dingen, op gelijke wijze bijeenzijnde, zich ook op gelijke wijze doen gelden, onverschillig waar of wanneer het geval voorkomt; daarom zoeken wij bij voorkeur naar het aan een soort van voorval geregeld voorafgaande, om tusschen de „oorzaken" en onverschillige „omstandigheden" te onderscheiden. Wat bij elke herhaling door zekere gebeurtenis, d. i. door zekere wijziging in het waargenomene gevolgd wordt, merken wij aan als de oorzaak daarvan, mits een inwerking van eenigen aard ons denkbaar voorkomt. In andere gevallen, als bij een bliksemstraal en een donderslag, of bij de opeenvolgende plaatsingen van eenzelfde hemellicht in zijne gesloten baan, denken wij veeleer aan twee gevolgen van dezelfde oorzaak; want een „daarna" (post hoe), hoe dikwijls ook herhaald, is voor ons niet gelijkwaardig met een „daarom" (pi-opter hoe), al kan het uit dit laatste voortvloeien en daarvan helpen getuigen.

Ook van de veroorzaking is het denkbeeld voor rijke ontwikkeling vatbaar. Al spoedig leeren wij de „blinde" werking eener „kracht" naast de „opzettelijke" handeling

Sluiten