Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of van het werkzame wezen dat de gewrochten tot stand bracht, moesten uit die gewrochten worden opgemaakt; en hiervan overzag men zoo weinig, dat de alom daartusschen gemengde „toevalligheden" de kans op verklaring aanmerkelijk zouden verminderen. Zoo beproefde men dan, het denkbeeld van bedoeling, met alwat daarbij behoorde, te beperken binnen den kring van het menschelijke willen en handelen (of liever nog: onze aan den schijn hangende beschouwing van 's menschen bestaan), en de wereld te herleiden tot een mechanisme in den ruimsten zin des woords, waarin elke toestand uit den vorigen voortvloeit volgens den onveranderlijken aard der dingen, zonder dat het oogenschijnlijk doeltreifende van sommige gebeurtenissen en inrichtingen een diepere beteekenis heeft dan een samenloop van omstandigheden die aan onze wenschen beantwoordt, of de menschen- en dierengedaanten die men hier en daar in druipsteenen, omtrekken van bergen of wolken ontwaart.

De groote voordeelen die de vooruitgang der wetenschap aan de erkenning van haar beginsel der vaste orde in dezen vorm te danken had, hebben menigeen de oogen doen sluiten voor de nadeelen aan dien bizonderen vorm verbonden. Men scheen zich veelal te verbeelden, dat waar de wet bekend is, volgens welke B uit A moet voortkomen, de aanwezigheid van dat A (en niet b.v. van een C, waaruit volgens hetzelfde systeem van wetten veeleer een D zou zijn ontsprongen) geene aandacht meer verdiende; alsof die aanwezigheid door de geldigheid der wet reeds mede gewaarborgd ware. Ook liet men zich dikwijls zóo uit alsof de wetten, volgens welke het latere met het vroegere samenhangt, niet zoozeer de uitdrukking waren van den aard van het bestaande, als veeleer alge-

Sluiten