Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in plaats van een onbewust voorstellen denkbaar te maken. Ook het „rijzen en dalen" van voorstellingen en het „overschrijden van een dorpel", waarvan men sedert jaren pleegt te gewagen, is louter beeldspraak; geen wonder, want voorbij het volle bewustzijn beschikken wij overgeene dan overdrachtelijke en zijdelings aanduidende benamingen.

Wordt een prikkel al te sterk, dan gaat het onderscheidene eener voorstelling wederom te loor; wij hebben in plaats daarvan de gewaarwording van b.v. verblind of verdoofd te worden. Niettemin wordt ook hierdoor in de totale voorstelling van het thans aanwezige wijziging gebracht, en dus in het bewustzijn een element ingevoerd, van nature niet ongelijk aan een duidelijke voorstelling.

Daar wij eenmaal bewustzijn van verschillende intensiteit bij ervaring kennen, is deze opvatting der zaak altijd nog aannemelijker dan het bewaard-blijven van een bloot vermogen om ons iets voor te stellen, waarbij de hier besprokene „latente voorstellingen" geheel van het bewuste leven worden uitgesloten. Immers een „vermogen" is toch altijd gebonden aan iets werkelijks, dat zelt' vermag of waardoor een wezen iets vermag; van welken aard zou dit hier moeten zijn? Wij kennen den geest niet anders dan als verrichtende; van een verandering die hijzelf, afgezien van zijne werkzaamheid, ondergaan, van een plooi dien hij verkrijgen zou, zoodat hij daardoor in staat ware zeker voorstellen te volbrengen, laat zich geen denkbeeld vormen. Nemen wij onze toevlucht tot den lichamelijken toestel, tot het brein, dan is dit zonder twijfel met ons onthouden en herinneren gemoeid, al zien wij niet in op welke wijze; doch dat een loutere toestand van hersencellen, afhankelijk van duizenden van zuiver-lichamelijke wederwaardigheden, het spoor niet enkel van ontvangene

Sluiten