Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinsindrukken, maar van volbrachte ingewikkelde denkoperatiën met eenige getrouwheid zou bewaren, en op zijn pas in den loop van ons denken een logisch of een associatieverband doen te voorschijn treden, is eveneens alles behalve duidelijk. Den geest, die zich als het subject van het denken vertoont, zoowel als de stoffen die wij meenen dat tot een brein vereenigd zijn, moeten wij, om hun een dergelijke rol te kunnen opdragen, met geheel nieuwe eigenschappen toerusten, d. i. wij moeten ze ons denken «ils nog iets anders behalve hetzij geest of stof. Onthouden wij ons èn van den geest met lijdelijkheid èn van het brein met verrichtingen van een ik te verrijken, dan blijven (totdat men een betere verklaring vindt) ook de „latente voorstellingen" voorloopig binnen het gebied van het bewustzijn; doch op dat gebied hebben wij tusschen het klaar bewuste en het geheel onbepaalde en dooreengevloeide «en onderscheid met geleidelijke overgangen.

In deze beteekenis van latente voorstellingen sprekende, mogen wij nu, zonder al te wonderspreukig te worden, gewagen van zekere bewerkingen waaraan de geest ze onderwerpt. Er gebeurt met haar, behalve de associatie enz. waarvan wij vroeger gesproken hebben, nog het een en ander, in zijne gevolgen zoo sterk gelijkend op de uitkomsten van het ons bekende opletten, ontleden, samenstellen, gevolgtrekken, dat er niet wel een treffender benaming voor te vinden is dan die van „latent denken." Om wel verstaan te worden moet deze beschouwing zorgvuldig onderscheiden blijven van die van den overgang tusschen hersentoestanden en bewust leven. Men heelt gewild '), dat de geest buiten het bewustzijn om uit

Vgl. hierboven pag. 67 vcrv.

Sluiten