Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekerd houden niet onkundig te zijn. Wij geven het ten laatste op; en juist wanneer wij ons met geheel iets: anders bezig houden, ot in diepen slaap alle voorstellingen voor een wijl hebben laten rusten, hebben wij de meeste kans dat het gewensehte ons onverwacht te binnen schiet, niet anders dan alsof een helper het in onze afwezigheid had ongezocht en het nu kwam aanbrengen. Dit werk kan bezwaarlijk alleen door beweging van hersendeelen tot stand zijn gekomen, maar dient (zoo doet zich het voor) volbracht te zijn met kennis èn van hetgeen wij op het oogenblik behoeven, èn van wegen waarlangs dat te vinden is. Er is onder een onmetelijken voorraad van sluimerende voorstellingen rondgezien naar alwat hier mogelijk dienen kon; veel is er aaneengepast, het een verworpen en het ander aangenomen. Het veiligst gaan wij met dat alles te stellen op rekening van denzelfden geest, (wat deze benaming dan ook werkelijks vertegenwoordigen moge,) die te zijner tijd ook in het volle licht van het bewustzijn dergelijke nasporingen tot een goed einde brengt. Alleen is het opmerkelijk, dat hij ook in den donker, om zoo te zeggen, zijn weg vindt, en, waar in het licht allerlei tot een eenvormige massa in het verre verschiet samensmelt, zonder dat licht de bestanddeelen naar bchooren onderscheidt, en uitzoekt naar behoefte.

Om werkzaam te zijn, heeft de geest, naar het thans schijnt, geen bewustzijn noodig. Veeleer houdt dit laatste hem op een standpunt vast, waar zich slechts een klein gedeelte van zijne verworvene voorstellingen duidelijk vertoont, terwijl hij buiten het bewustzijn om zijn geheele gebied doorkruist, en voor den dag haalt wat hij daarbinnen zal noodig hebben. En dit terwijl ook zijn bewuste werkzaamheid geregeld wordt voortgezet.

Sluiten