Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den mensch vestigt, meer en meer te loor gaan, en de gebreken verergeren in vergelijking met hetgeen bij gezonden te verwachten valt. Doch in de vergrooting komt de aard dier gebreken te beter aan het licht.

Daar de voorbeelden niet in ieders handen zijn, zal het niet overbodig zijn, hier althans een enkel te ontleenen aan het schrijven van een lijder, die in den zomer van 1879 in een onzer nederlandsche gestichten verpleegd werd.

„Gedurende mijn verblijf ') in bovengenoemd gesticht", dus bericht hij, „heeft mijn verstandsvermogen in het „kinderlijke J) een vlugt genomen, dat ik tot het gezonde „begrip ben gekomen, dat de geheele wereld erg ziek is „en wel in verkeerde gulzigheid; of beter gezegd, de „wereld gevoelt zich gelukkiger, bezitter te zijn van bezittingen, die armer zijn dan de door mij hier na te „melden rijkdommen 3).

„B. v. beschouw een vruchtboom, een huis, een straat, „een gracht, een dier, een mensch, een steen, een meubelstuk ; allen zijn lichamen of levende wezens 4), die het-

') Sedert 1874.

') D. i. in zijn eenvoud, niet door opzettelijke oefening.

3) De nieuwe beschouwing doet zich, evenals elke verworvene voorstelling, aanvankelijk als waarheid voor, en bij den krankzinnige wordt zij aan geen toets onderworpen. Volgens hem is elke zienswijze die van de zijne afwijkt, „ongezond", evenals zij voor den dweper „uit den booze," of voor den beschonkene een bewijs van dronkenschap der anderstneenenden zou zijn, omdat het denkbeeld juist van ziekelijke afwijking hem in een bekend geneeskundig gesticht dikwijls bezig houdt. Met zijne eigene beschouwing heeft hij zich geheel vereenzelvigd, en beklaagt hen die het ware „geluk daarin niet weten te vinden; dit heeft hij almede met den dweper en den beschonkene gemeen.

*) Verwarring van „lichaam" als uitgebreidheid of stofmassa met „lichaam" als organisme behoorende bij een ik.

Sluiten