Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8ste Hoofdstuk: Het gebruik der onderstelling.

Na deze uitweiding keeren wij tot de onderstelling terug~ Het is niet genoeg dat zij met of zonder zoeken gevonden wordt; zij moet aan verdere ervaring getoetst worden^ om te weten of zij vermag, althans vergunt, ook deze naar den eisch te verklaren. Men behoort dus eerst te overleggen, welke verschijnselen zich moeten vertoonen zoo de onderstelling juist is. Bij die van Fermat ') was het duidelijk, dat o.a. het getal 2:,i + i ondeelbaar moest zijn, en alleen de moeielijkheid van bij een groot product de factoren te vinden, vertraagde tot op den tijd van Euler, d. i. een eeuw lang, de ontdekking van het feit, dat het door 641 deelbaar is. Van toen af was die onderstelde eigenschap der getallen van zekere constructie voor goed veroordeeld. Daarentegen, zoo Champollion gelijk had, moesten alvast de teekens voor p, t, l zoowel in de groep Ptolemaeus als in de groep Kleopatra, en wel in zekere orde, voorkomen; toen dit het geval bleek te zijn, had de onderstelling van het gebruik der hiëroglyphen als klankteekens een gewichtige proef doorstaan, en sedert is zij, hoewel er een en ander aan is toegevoegd, door soortgelijke ervaringen meer en meer bevestigd geworden.

Niet zelden gelukt het eerst door langdurige overwegingen en berekeningen, na te gaan welke verschijnselen van de waarheid eener onderstelling onafscheidelijk zouden zijn, en kan zij eerst door een geheel stelsel van waarnemingen ter toets worden gebracht. In zulke gevallen wordt de onderstelling uitgebouwd tot een veelomvattende theorie; en zoodra men bevindt dat deze aan

Zie p. 124 verv.

Sluiten