Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9de Hoofdstuk: De Metaphysica.

Na het gezegde zal men inzien, dat de onderstellingen, die de geest onwillekeurig vormt betreffende een beneden* bouw van zijn en verschijning, dingen en hoedanigheden, oorzakelijk en doelverband, krachten en stoffen en wat dies meer zij, waardoor hij de waargenomene verschijnselen verklaart, en uit de ervaring wetenschappelijke kennis bereidt, — niet op dezelfde lijn kunnen gesteld worden met onmiddellijk gegevene of onbetwistbare feiten. Een onderzoek naar de beteekenis die daaraan inderdaad toekomt, kan geenszins overbodig heeten. Te dien einde moeten de denkbeelden die wij ons van deze zaken achter de verschijnselen maken, allereerst zoo nauwkeurig mogelijk worden omschreven, en hunne toepasselijkheid op de erkende feiten nagegaan. Het onderzoek der algemeene onderstellingen omtrent de inrichting (of constitutie) van het zijnde ') is de taak der zoogenaamde m e t a pil y si ca s), of theoretische wijsbegeerte in engeren zin, die tevens tracht, waar de oude hypothesen van dien aard niet meer zijn vol te houden, ze door betere te vervangen.

1) Aristot. Metapli. /'. 2 § 15: ulü; inKTt/jui/; zó or ?; óv

O Deze naam is in de middeneeuwen ontstaan uit een titel in het meervoud (r« fis ca ta tpvaixu, d. i. vervolgen op de natuurkundige geschriften), dien men aan een verzamelwerk uit nagelatene papieren van Aristoteles over het genoemde onderwerp gegeven had. Dit werk werd als grondtext bij de akademische lessen gebruikt, en gaf, zooals dat meer gebeurde, dien naatn aan het vak. De vermeende vertaling niet „bovennatuurkunde" of „overnatuurkunde" is eenvoudig het gevolg van onbekendheid met de geschiedenis en het grieksche taaleigen; evenzoo de vorming van zoogenaamd analoge woorden als „metalogica" en ,,'iietamathematica."

Sluiten