Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoogdieren"; „het is waar, dat Alexander Darius geslagen heeft"; „het is niet waar, dat de Galliërs Germanen waren"; „de valwetten van Galilei gelden inderdaad"; „de gelijkstelling van het schoone en het goede gaat niet op". In het tweede geval beschouwt men als vooraf uitgemaakt, dat het in zeker denkbeeld gestelde tot de werkelijkheid behoort, en beslist nu (altijd zonder aan de rechtmatigheid dier onderstelde volbrachte beslissing te raken), dat hetgeen in zeker tweede denkbeeld gesteld wordt, al of niet voorkomt in de werkelijkheid, zoover die door het eerste bepaald was. „Er zijn in den beetwortel kristalliseerende stoften"; „de witte kleur komt voor in de sneeuw" („de sneeuw is wit"); „de klank ƒ> is in het Arabisch niet aanwezig" ; „de bedekking met vederen bestaat bij alle vogels" („alle vogels hebben vederen"); „een zoogen van jongen is bij vogels nergens te vinden" („geene vogels zoogen hunne jongen"); „de eigenschappen van den visch komen te zamen niet voor bij den kreeft" („de kreeft is geen visch"); „de inhoud van den vlakken rechtlijnigen driehoek is gelijk aan de basis vermenigvuldigd met de helft der hoogte"; „onbaatzuchtigheid is geene reden tot minachting". Dat de beetwortel, de sneeuw, de arabische taal, de vogels, de kreeft, de inhoud van den driehoek, de onbaatzuchtigheid werkelijk bestaan, wordt tijdens deze laatste beslissingen als vooraf uitgemaakt aangenomen. De beslissing staat hier op een tweeden trap; zij betreft de kristalliseerende stoften, het witte, den p-klank enz. niet als bestaande in het algemeen, maar alleen voor zoover zij in een bepaald gedeelte der werkelijkheid gesteld zijn, of met betrekking tot dat gedeelte. De eenvoudige beslissing gaat over in betrekking van een tweede denkbeeld op een voorwerp hetwelk in een eerste gesteld was,

Sluiten