Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snijdt, en liet een voordeel acht dat het doode overschot zich zoo gemakkelijk laat hanteeren. Slechts de tegenstand tegen een metaphysica die elk voorwerp, door het denken gesteld, al te gereedelijk tot een zelfstandig ding verhief, maakt zulk een afdwaling naar den anderen kant verschoonlijk.

5de Hoofdstuk: Begrippen.

De studie van het denken wordt niet in de laatste plaats bemoeielijkt door de gedurige verwarring van hetgeen toch drie verschillende zaken zijn: i°. het voorwerp, dat als bestaande wordt gesteld, 20. het denkbeeld, waardoor dat geschiedt, en 30. het woord of ander teeken, waarmede wij het voorwerp aanduiden en het denkbeeld uitdrukken. Niettemin heeft zij middelen gevonden om het denken tot op zekere hoogte te ontleden, en de voornaamste voorwaarden te ontdekken voor zijn normalen gang. In de eerste plaats leert zij de aandacht vestigen op begrippen '), de elementen of eenheden waarmede wij bij het redeneeren te doen hebben.

Begrippen zijn denkbeelden, veelal abstracte doch ook wel concrete, in beide gevallen genoegzaam bepaald om hun voorwerp van alle andere te onderscheiden. Uie bepaaldheid is of hierin gelegen, dat de geest een ondeelbaar denkbeeld (als van „wit" of „verdriet") buiten verwarring met andere vasthoudt; het begrip is dan eenvoudig, d. w. z. zijn voorwerp is niet vatbaar voor verstandelijke ontleding; — óf meestal hierin, dat hij een voorwerp stelt als zekere eigenaardige verbinding van twee of meer zulke

') "Oqoi, notiones, conceptus, themata simplicia.

12

Sluiten