Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijne hoedanigheden als met onzelfstandige en veelal afwisselende aanhangsels bekleed is. Op zijn voorbeeld spreken wij nog heden zoowel van „het wezen van den mensch" als van „een menschelijk wezen." Zoo werd dan, in de middeneeuwsche scholen die zijne aanwijzingen volgden, de reeds vroeger vermelde vraag opgeworpen '), welk van beiden het eigenlijke „zijnde" was; zoodat het „universele," het voorwerp van een soort- of geslacht begrip, tegenover het ding stond als het eeuwige model tegenover een min of meer gebrekkig en vergankelijk afdruksel daarvan, — of anders als een denkbeeldige samenvatting van hetgeen bij een aantal werkelijke dingen op elkaar geleek, onder eenzelfden naam.

De langdurigheid van den over dit punt gevoerden strijd, en het herleven daarvan in allerlei gedaanten, zal ons niet bevreemden wanneer wij nagaan, dat de ervaring aan beide hoofdpartijen wapenen verstrekt. Wij ontmoeten soorten of klassen van tweeërlei aard. Vooreerst dezulke waarvan ieder begrijpt dat zij alleen als hulpmiddelen tot het verkrijgen van een overzicht zijn aangenomen; zooals tweevoetige, viervoetige, zes-, acht-, veelvoetige dieren, naast dieren zonder voeten; boeken van dit of dat formaat; kristalliseerende en vormlooze stoften; belaste en onbelaste artikelen van invoer. Het overeenkomstige is bij de leden derzelfde soort inderdaad voorhanden, doch wij verwachten niet dat zij zullen blijken nog meer met elkaar gemeen te hebben dan hetgeen bij dat overeenkomstige noodzakelijk medegedacht wordt, en zelfs niet, dat het gelijke overal uit dezelfde inrichting van zaken ontspringt. Het begrip van zulk een soort is

1 > Vgl. b.v. Hauréau, /list. de la phil. scolastique, I p. 47 etc.

Sluiten