Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudigste soort hebben wij te doen niet twee begrippen (de termen ') van liet oordeel), die wij zoo verbinden, dat liet eene dient om een gedeelte der werkelijkheid aan te wijzen, waarop het andere betrokken wordt. Het eerste noemen wij hier het subject begrip, het andere het praedicaatbegrip.

Van het subjectbegrip komt nu eens het gelieele gebied in aanmerking, zoodat het praedicaatbegrip op elk voorwerp dat daartoe behoort toepasselijk of niet toepasselijk wordt verklaard; dan weder wordt enkel beslist, dat ergens binnen dat gebied liet praedicaatbegrip al of niet vertegenwoordigd is, terwijl in het midden blijft, of dit geldt voor het eene dan het andere gedeelte van het gebied, of misschien zelfs voor alwat tot dat gebied behoort. Daarom kan aan hetzelfde subjectbegrip tweeërlei subject 2) worden ontleend, en verdeelt men de oordeelen, volgens de „quantiteit", in algemeene en bizondere 3).

De tweeërlei betrekking van het praedicaatbegrip op het subject leidt op hare beurt tot tweeërlei praedicaat 4), en tot verdeeling der oordeelen, naar de „qualiteit", in toekennende en ontzeggende s).

Van de beide termen wordt dus een zeer verschillend gebruik gemaakt; door den eenen zondert men het als werkelijk beschouwde subject van de overige werkelijkheid af, hetzij door een nauwsluitende, of althans bij benadering door een misschien nog meer omvattende grenslijn; de

1) "Oyoi. termini.

O Ynoxeiusvov, „onderwerp."

Kittf'o/.uv en xa&'ókov, judicia generaliaen particuluria.

*) KttTTjjOQoifievov.

O Katuifitms e" unvifaai, . Minder nauwkeurig judicium ujirmativum en negalivum; zie boven pag. 158 en 160.

Sluiten