Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere wordt op dat subject in de eene of in de andere richting betrokken. De termen zijn niet eenzelvig met de deelen van liet oordeel (subject en praedicaat), al worden zij daar gewoonlijk mede verward, maar veeleer als de grondstoffen waaruit die deelen bereid worden.

Men kan den inhoud van het oordeel ook dus uitdrukken, dat het subject, voorwerp van liet subjectbegrip, gesteld wordt al of niet tevens voorwerp van het praedicaatbegrip te zijn. Dit heeft aanleiding gegeven tot meer dan eene poging 0111 de termen op gelijken voet te behandelen, in dien zin dat zekere uitdrukkingen die daarvoor in de plaats werden gesteld, evenals de termen eener algebraïsche vergelijking, van rol konden verwisselen, met behoud van hetgeen in het oorspronkelijke oordeel werd te kennen gegeven. In het eenvoudige denkbeeld van gelijkstelling wenschte men namelijk den wortel te vinden van alle logische verhoudingen '). Zoo heeft Sir Will. Hamilton -) ook in het praedicaat quantiteit zoeken in te voeren. In gewone algemeen toekennende oordeelen verklaren wij alle gelijkzijdige driehoeken voor gelijkhoekig, en alle vogels voor dieren; de genoemde schotsche hoogleeraar herinnert, dat onze kennis van die voorwerpen verder gaat dan die oordeelen, en zou willen vermeld zien, dat alle gelijkzijdige driehoeken met alle gelijkhoekige eenzelvig zijn, doch alle vogels slechts met eenige dieren 3). Zoo denkt intusschen

Zie b.v. Jevons, Principles of Science, 2d ed. (London 1877J p. 117: „tlie 011e simple relation of identity 011 wliicli all more complex logieal relations must really rest." Na is „identiteit" ol „eenzelvigheid" reeds voor meer dan écne uitlegging vatbaar.

') 1788—1856. Lecttircs 011 Metaphysics aiul Logic, uitgegeven door Mansel en Veitcli, 1859—1863.

3) Masaryk (Versuch einer concreten Logik, Wien 1887, p. 212,1

Sluiten