Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het betrekkende oordeel te verkeeren in een beslissing over de thesis, vervat in het begrip van een A dat B, of een A dat niet-B is. Dat is dan het „oordeel van existentie", waarover wij met een woord hebben gesproken, toegepast op een begrip dat de kenmerken van twee begrippen in zich vereenigt. Oppervlakkig beschouwd, staat het algemeen toekennende oordeel „alle A is B" gelijk met de ontkenning van het bestaan van een A dat niet B is, of van een Ab (of, wat hetzelfde is, bA)\ voor „alle A is niet B" treedt in de plaats de ontkenning van elk AB (of HA). Daarentegen in „eenig A is B" wordt het bestaan van dit AB {BA) bevestigd; en zoo bevestigt het oordeel „eenig A is-niet B" het bestaan van een Ab (of bA). Op zichzelf staat het vrij, beslissingen omtrent een gesteld AB of Ab te nemen, doch Brentano dwaalde waar bij ze een voor een voor gelijkwaardig hield met de oordeelen die wij daarnaast hebben geplaatst, en op dien grond nog wel protest aanteekende tegen de leeringen der formele logica. Immers de ontkenning, dat een A met, of een zonder de hoedanigheid B bestaat, laat in het midden of er wel een A hoegenaamd in de wereld voorkomt, terwijl het kategorische oordeel dit laatste geregeld onderstelt, en dus niet met al zijne bizonderheden in het oordeel van existentie opgaat, waarvoor men het zou willen verwisselen.

Het is mogelijk, dat door het herleiden onzer oordeelen tot vergelijkingen of eenvoudige beslissingen zekere voordeden te verkrijgen zijn. Met dat al zijn het kunstmatige wendingen van het denken, die met groote behoedzaamheid moeten overlegd en behandeld worden '), en behoudt

') Boole (p. 237) en Jevons (p. 63) hebben zicli zeiven schromelijk

Sluiten