Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en omgekeerd. Datzelfde is echter bij de tweede figuur met den terminus major en bij de derde niet den terminus minor het geval. — Elders laat men met Aristoteles de latere figuren als toepassingen van de eerste afhangen, terwijl men, het stelsel van andere kanten beschouwende, evenzeer de tweede, derde of vierde tot hoofdfiguur verheffen kan ')• — Zo° heeft men zelfs nieuwe tiguren meenen te ontdekken wanneer de minor eerder dan de major werd vermeld 2). — Misverstand van het gebruikelijke. en eenzijdige ontleding der denkoperatiën, brengen in de leer van het syllogisme een verschil van opvatting te weeg, dat vanzelf wordt opgelost waar men zich den tijd gunt 0111 elk gegeven op zichzelf en in verband met al de overige nauwkeurig op te nemen. De 64 vormen van het syllogisme staan even vast als de tafel van vermenigvuldiging. Het gebruik dat men daarvan maken wil, verschilt met het oogmerk, en diensvolgens zal men het een of het ander op den voorgrond stellen, andere groepeeringen verkiezen, en in de verdeeling der vormen verder gaan, terwijl toch, als grondslag voor alle andere, de eenvoudige indeeling zooals wij ze hier geven gehandhaafd blijft. Het bevordert zoomin de klaarheid der gedachte als het gemeen overleg, wanneer men die algemeene leer uit het oog verliest, en een daaruit afgeleide, zooals de bizondere behoefte eener school of wetenschap die soms medebrengt, in hare plaats tracht te stellen.

Van de 64 paringen van praemissen, de viermaal zestien modi, bewijst de formele logica niet enkel, dat niet meer

1) J. H. Lambert, Neues Organon, 1764, I § 232; Twesten, die Logik, 1825, § 114.

O W. T. Krug, Logik 41e Aufl. 1833, § 103 etc.

Sluiten