Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omslachtig, want zonder terugkomen op de beteekenis der vergelijkingen kan enkel hij het volbrengen die zich daarmede geregeld bezig houdt; doch de bevinding dat het goed opgezet tot dezelfde uitkomsten leidt als het gewone syllogisme, kan het vertrouwen op dit laatste zoo noodig helpen bevestigen.

Het eenvoudigste is misschien, dat men gebruik maakt van een opmerking die de westersche scholastiek, sedert de twaalfde eeuw, aan de byzantijnsche leeraren te danken had. Wordt in het algemeene oordeel beschikt over het geheele gebied van het subjectbegrip, terwijl het bizondere zich tevreden stelt met eenig gedeelte van dat gebied; — van het praedicaatbegrip geldt, dat met een ontzeggend oordeel zijn geheele gebied gemoeid is, daarentegen een toekennend oordeel genoeg heeft aan een gedeelte daarvan. Immers het ontzeggende sluit het subject buiten al datgene wat aan het praedicaatbegrip beantwoordt; het toekennende laat ruimte over voor andere subjecten waarvoor hetzelfde praedicaatbegrip geldt. Met een kunstwoord drukt men dat van ouds aldus uit: het subjectbegrip is in het algemeene, het praedicaatbegrip in het ontzeggende oordeel gedistribueerd, daarentegen het eerste niet gedistribueerd in het bizondere, en het tweede niet in het toekennende. Door deze opmerking wordt het onderzoek zeer bekort, doordien zij grondregelen aan de hand geeft, waaraan verscheidene syllogismen niet voldoen en dus wegvallen, terwijl bij andere aanstonds blijkt welke de conclusie is. Zoo moet de middenterm althans in eene der praemissen gedistribueerd zijn, omdat anders, zoover men weten kan, de praemissen zeer wel op verschillende deelen van zijn gebied konden doelen, en dus zonder verband zouden zijn. Zoo. kunnen twee bizondere of twee ont-

Sluiten