Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevestigd moeten worden, zonder dat wij weten te zeggen, aan welk van hen dat toekomt. Wij hebben reden om te verklaren: óf A of B of C is Q; — A is óf Q of R öf S; — A is Q óf B is R óf C is S. De gedachte dat, van zekere oordeelen die elkander uitsluiten, éen dat wij niet aanwijzen het ware is, noemt men (al wordt de uitdrukking ook wel anders aangewend) een disjunctief oordeel.

Vinden wij daarna reden (i°.) om een der mededingende leden, waaruit die gedachte is samengesteld, te bevestigen, dan zijn de overige meteen verworpen. Komen wij (2".) zoover dat wij een van het aantal verwerpen, dan wordt de keus tot de overige beperkt; wij houden een disjunctief oordeel over met een lid minder dan het vorige. En vervallen soms (3°.) door latere ontdekkingen alle leden op «en na, dan behoeft dit laatste geen verderen grond tot bevestiging. Zoo kan men bij twee leden twee, en bij drie of meer leden drie verschillende disjunctive redeneeringen hebben, die ook in andere vormen gebracht kunnen worden zonder haar karakter te verliezen. Het disjunctive oordeel is de praemisse die den stand onzer kennis op zeker oogenblik uitdrukt; daarbij komt als tweede praemisse een nieuwe beslissing of een vereeniging van beslissingen, hetzij uit verdere waarneming of onderstelling afkomstig; en de conclusie volgt, waarin, in het eerste geval, de verbeterde kennis, of anders een onvermijdelijk toevoegsel tot de onderstelling is neergelegd. B.v. het staat vast dat óf het oordeel A-B óf het oordeel C-D waar is. Leert nu de ervaring de onwaarheid van A-B, dan is C-D uitgemaakt. Doch onderstellen wij de onwaarheid van A-B, dan is daarmede de staat van zaken dien C-D uitdrukt, als in denzelfden adem ondersteld.

Sluiten