Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5de Hoofdstuk: Inductie en deductie.

Wanneer wij onder wijsbegeerte in den ruimsten zin niets anders te verstaan hebben dan wetenschap zoo diep mogelijk opgevat, en, in engeren zin, die wetenschap waarvan alle andere ter wille van 's menschen beperktheid uitgaan en waarin zij wederom uitloopen, — dan moet ook de methode der wijsbegeerte geene andere zijn dan die der wetenschap in het algemeen, of een hoogere ontwikkeling van deze.

De wetenschap stelt zich ten doel, alwat ons verschijnt te verklaren uit een stelsel van vaste typen; deels de typen van het bestaande, deels die van zijne verandering in den loop des tijds. Hetgeen zich hier of daar, nu of dan, in het bizonder, of als individueel geval voordoet, moet herleid worden tot algemeene vormen van zijn en wetten van gebeuren. Nu zijn ons in de ervaring louter individuele gevallen gegeven; de dubbele vraag rijst, i°. langs welken weg wij uit de kennis van dat bizondere tot het algemeene hebben door te dringen, en 20. hoe dit laatste moet worden aangewend tot verklaring van waargenomene en tot gegronde verwachting van nog niet waargenomene bizonderheden. De eene verrichting pleegt men tegenwoordig inductie, de andere deductie te noemen.

Reeds Aristoteles leert, dat al ons voor-waar-houden hetzij op syllogisme hetzij op „inductie" berust '). De historische beteekenis van dit woord 2) is later in ver-

*) Analyt. Pri. II. 25, § 1, ctnavia yay motsiofiev ij Sia avXXoyia^ov ij t!; tnaybtyi,s.

') ' Enaywyij heet oorspronkelijk het bijbrengen van iets nieuws, tï.v. het in het gevecht brengen van versche troepen. Vandaar, bij liet sokratische gesprek waarin allengs een begrip wordt opgebouwd,

Sluiten