Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor al die anderen zoowel als voor mij de beperking van het leven binnen zekeren termijn voortvloeit '). Laten wij bij zulke gelegenheden de algemeene praemisse veelal •onvermeld, bij andere wordt een bizondere verzwegen, die toch ook als reden medetelt. B.v., „elke minderjarige wees moet een voogd hebben; dus ook Cajus", hetgeen niet sluit tenzij Cajus voor zulk een wees gehouden wordt.

Het syllogisme, dat zonder een algemeene praemisse niet bestaan kan, zou nu zeer zeker een „deductie" zijn; en de inductie, die evenmin een algemeene praemisse kan ontberen, werd daardoor insgelijks een syllogisme, d. i. een deductie. Wil men die algemeene praemisse niet, maar vervangt ze door een algemeenen regel voor het inductive denkproces, dien men zoodoende niet in dat proces-zelf meent op te nemen, dan schijnt het, dat uit louter bizondere praemissen wel niet door het syllogisme, maar toch door de inductie conclusiën, ja zelfs algemeene conclusiën, te winnen zijn, waartegen door de syllogistische logica ten sterkste geprotesteerd wordt.

Om dus het wezen der inductie eenigszins te leeren verstaan, zal het beter zijn, de tegenstelling tusschen haar en „de deductie" althans voor het oogenblik te laten varen, en na te gaan, hoe er bij het inductive denken eigenlijk te werk gegaan wordt.

') Iets anders is liet, dat zonder bemiddeling van een algemeen oordeel, alleen door de gewoonte van doodsberichten van menschel) te vernemen, de voorstellingen van mensch en van sterven meer en meer geassocieerd worden. Dit verklaart wel, hoe wij aan de thesis kunnen komen, die de onnadenkende allicht als deugdelijk aanvaardt; niet echter, om welke reden een nadenkende ze b ev es t igt. Dergelijke associatie brengt ook bijgeloof en volksvooroordeelen voort, die wij daarna om redenen verwerpen.

Sluiten