Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daareven beweerd was. Wij zouden echter evenzeer zonder die tusschenkorast, uit de bevinding omtrent A, B enz. het oordeel betreffende N kunnen opmaken; immers her geheele bewijs dat wij hiervoor hebben is in die bevinding gelegen, en door het inschakelen van een algemeen oordeel wordt daar niets aan toegevoegd. Dit overgaan van bevondene tot niet, of nog niet bevondene bizonderheden zou volgens Mill de eigenlijke verstandelijke verrichting zijn. waaraan zoowel deductie als inductie hare kracht en waarde ontkenen, omdat zij niet slechts in andere gedaante herhaalt wat in de praemissen reeds beweerd was, maar van de praemissen uitgaande tot „nieuwe waarheden" leidt.

Het dus beschrevene is met dat al niet anders dan hetgeen de gewone logica bespreekt onder den naam van redeneering bij analogie. „Omdat A,B enz. met N zekere hoedanigheden gemeen hebben, en wij bevonden hebben dat A, B enz. bovendien zekere andere bezitten, worden deze laatste insgelijks aan N toegekend". Met het oog op de tweede soort van inductie kunnen wij daarbij voegen: „Omdat de kenmerken a, b enz. met n plegen samen te gaan, en wij bij een voorwerp a, b enz. hebben aangetroffen, wordt dat voorwerp tevens voor n verklaard."

Dat wij geneigd zijn om aldus het in onze gegevens beweerde verder uit te breiden, laat zich uit de bekende associatie van voorstellingen, daar door gelijkenis, hier door begeleiding, gereedelijk verklaren; met dat al leert de ondervinding, dat diezelfde natuurlijke neiging ons dikwijls tot de ergste dwalingen vervoert. Zal men zich op die uitbreiding eenigszins kunnen verlaten, voordat zij door nieuwe waarneming is bevestigd of gelogenstraft, dan is er eenige waarborg noodig daarvoor, dat A, B enz. met

Sluiten