Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit den aard der zaak zijn al onze begrippen van natuurlijke of gegevene klassen hypothesen, die hare bevestiging hebben te wachten van de ervaring op den duur. Daarmede is echter niet gezegd, dat wij die hypothesen kunnen ontberen, en met loutere waarneming komen tot „nieuwe waarheden", d. i. gegronde verwachting hetzij van verdere waarneming, of van een inrichting van zaken die de verkregene en ook verdere waarneming verklaarbaar maken zal. De fout der aristotelische beschouwing (die overigens door andere opmerkingen van den meester reeds getemperd wordt) is deze, dat zij te veel blijft hangen aan de gedachte zijner naaste voorgangers, van scherp begrensde typen van het bestaande, die eeuwig dezelfde zijn en met betrekkelijk geringe moeite ontdekt worden. Met die gedachte komt de wetenschap niet langer uit. Zijn sommige typen, zooals de grondstoffen der scheikunde, misschien van dien aard, andere, zooals de soorten van planten en dieren, zijn blijkbaar slechts voor een tijd, veranderen van lieverlede, of zijn ook van gelijktijdige niet scherp gescheiden. Zoolang het blijvende dat daarachter schuilen kan, nog niet gevonden is en ze voor ons denken vervangen kan, moeten wij ons niettemin met die verschuivende oogenschijnlijke indeeling der dingen voorloopig trachten te helpen.

De wetenschap verkeert in soortgelijke omstandigheden -als een koopman, die op stalen of monsters koopen moet. De kisten eener partij koopwaren zijn van hetzelfde merk en met dezelfde gelegenheid aangevoerd; zij worden voorloopig als éene klasse aangezien. Immers een deel der feiten is waargenomen, die bestaan indien de kisten in elk opzicht gelijkwaardig zijn; dat de overige aanwezig zijn wordt daaruit bij onderstelling opgemaakt. Alles te ontpakken is

Sluiten