Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker; zeer mogelijk worden beide door het gebeuren aangedaan, gelijk b. v. een hamer die op een aambeeld valt samengedrukt en verwarmd wordt zoo goed als deze; en zou er dus enkel een onderscheid van zoo en anders, en van meer en minder tussehen de partijen zijn. Minder bezwaar geeft de oude bedenking, dat de uitwerking met de werking gelijktijdig zou moeten zijn, waarmede men immers zou kunnen betoogen dat er niets in de wereld kan veranderen, en de tijd alles liet zooals het was. Veeleer zal de werking onmiddelijk door de uitwerking, d. i. het intreden in een nieuwen toestand, moeten gevolgd worden. Alleen de noodzakelijkheid, voor ons, van een onafgebroken gebeuren in momenten ontbonden voor te stellen, geeft den schijn alsof hetgeen elkander in den tijd raakt, op hetzelfde tijdstip aanwezig zou moeten zijn.

In onzen tijd heeft men voor de natuurwetenschap veel gewonnen door van zelfstandigheden met vaste eigenschappen en betrekkingen af te zien, en het bestendige zijnde terug te brengen tot een vast totaal bedrag eensdeels van geheel passive „stof", anderdeels van „arbeidsvermogen" of „energie". Het arbeidsvermogen is op eiken tijd in eenig lichaam aanwezig, waardoor dit in dezen of genen toestand verkeert; doch het kan aan andere lichamen zoo overgaan, dat het eene juist zooveel daarvan wint als het andere verliest. De arbeid dien de energie van een lichaam verricht neemt onder bepaalde voorwaarden verschillende vormen aan: beweging van lichamen of van hunne kleinste deeltjes, trillingen die o. a. de gewaarwordingen van warmte, van licht te weeg brengen, enz. enz.; ook de druk of de spanning die overwonnen moet worden om een verandering te doen plaats grijpen. Door deze wijze van voorstellen worden de werking en de uit-

Sluiten