Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer goed weet, dat een vaste ster misschien op een voor ons onmeetbaren, doch altijd op een ergens voltooiden afstand van ons geplaatst is, — wordt daarom die ster zonder nadeel als een punt, haar afstand als oneindig groot, de stralenbundel dien zij ons toezendt, als evenwijdig behandeld, omdat het feitelijke dat dus in de beschrijving verwaarloosd wordt, geen merkbaren invloed zou hebben op de berekening uit zijne altijd min of meer grove metingen. Op hare beurt kan de onderlinge toenadc ring van twee natuurvoorwerpen zoo ver gaan, dat de afstand die er overblijft zich aan al onze middelen van bepaling onttrekt, en het, voor de waarneming en redeneering waartoe wij in staat zijn, niet anders is dan ol die afstand gelijk nul ware, en dus punten der oppervlakten elkaar raakten, evenwel zonder in elkaar te liggen en de twee lichamen een onafgebroken geheel te doen worden.

De wiskunde wordt door dergelijke overwegingen niet enkel toepasselijk op de studie eener wereld waarin hare denkbeelden slechts bij benadering verwezenlijkt zijn, maar in vele gevallen vindt zij zelfs middelen om te bepalen, binnen welke uitersten het verschil tusschen het werkelijke en een gestelde limiet moet gelegen zijn. De beschrijving dier middelen moet met zooveel meer aan hare beoelenaren worden overgelaten. Hoe nauw zij zich echter weet aan te sluiten aan de gegevens der voortgaande waarneming, getuigen de vorderingen die de wetenschappen en de praktijk gemaakt hebben sedert zij, waar het te pas kwam, hare voorlichting hebben gezocht.

Zoo volstrekt rationeel weliswaar als men ons veelal verzekert, is het wiskundige weten niet te noemen. Misschien laat zich aantoonen, dat met de constitutie der

Sluiten