Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12de Hoofdstuk: Bepaling van waarschijnlijkheid.

Ook zonder van de diensten die de wiskunde aan de wetenschap van het werkelijke bewijst overdrevene verwachtingen te koesteren, is het niettemin van belang, eenig inzicht te verkrijgen in de voorwaarden waarop zij erin slaagt, het meer of minder van waarschijnlijkheid, waar het pas geeft, te begrootcn of te bepalen ').

Het waarschijnlijke is, voor de „interpersonele" wetenschap, niet altijd eenzelvig met hetgeen de een of ander voor waarschijnlijk houdt, üe mate waarin iemand van het aannemelijke eener thesis overtuigd is, hangt mede af van zijn wensch, dat zij waar of onwaar zij; en deze wensch is op zijne beurt afhankelijk van zijn individuelen aanleg en zijne aanrakingen met personen en zaken, waardoor hij voor liet oogenblik deze mensch in dezen toestand geworden is. Veeleer is „waarschijnlijk" d&t beweerde, waarvoor wij genoegzamen redelijken grond voor een deel bijeen hebben, terwijl daar toch zooveel aan ontbreekt, dat er eenige ruimte overblijft voor een beslissing in tegenovergestelden zin. Het minder waarschijnlijke is nog altijd „mogelijk" of „denkbaar". - Miste het allen redelijken 'grond, dan ware het in het minst niet meer waarschijnlijk, maar „onmogelijk" of „ondenkbaar", al ware ons de inhoud der thesis op zichzelf nog zoo duidelijk. De thesis konden wij dan formuleeren, doch enkel om ze meteen te verwerpen. — Wordt daarentegen de redelijke grond voor een beweren volledig, dan gaat de mogelijkheid, de mindere

Vgl. Laplace, Essai philosophique sur les probabilités ($' (id. 1825); Venn, the Logic of Chance (ïd ed. 1876); J. v. Kries, die Principien der IVahrscheinlichkeitsreclitiung, 1886.

Sluiten