Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B (die al of niet eenvoudig het contradictoire tegendeel van A bevat), of ook voor verscheidene andere, B, C, enz." Van een afmeten der betrekkelijke waarschijnlijkheid van deze A, B enz. kan blijkbaar alleen dan sprake zijn, wanneer wij de reden voor A vermogen te vergelijken met degene die voor B, C enz. pleiten; waartoe het noodig is, deze B, C enz. alle in gedachte bijeen te hebben. Wij moeten in staat zijn om te verklaren: alleen A, B, C enz. tot N toe zijn „denkbaar" of „mogelijk"; of, wat hetzelfde zegt: het disjunctive oordeel staat vast, dat öf A óf B of C enz öf N het geval is. Alverder, daar het hier een meer of minder geldt, moeten de redenen voor de onderscheidene theses, zoowel als de inhouden dier theses, onderling eensoortig, en zoover het kan, quantitatief bepaald zijn. De afstand tusschen het geringste en het hoogste bedrag dat in aanmerking komt om voor het ware te worden gehouden, kan de „speelruimte" heeten, waarbinnen de mogelijke gevallen of bedragen A tot N besloten zijn.

Om vergeleken te worden, hebben deze bedragen een gemeene maat noodig, en deze kan alvast dienen om de speelruimte in een aantal gelijke afdeelingen te verdeelen. Nemen wij het voorbeeld van een dambord waarover een lijn naar willekeur getrokken is, en waarop (in het algemeen gesproken) een regendruppel valt, dien wij gemakshalve zonder uitgebreidheid, of als een punt denken. Zal deze rechts of links van de lijn vallen? Voor elk der 100 vakken is, zoolang wij niet meer weten, de waarschijnlijkheid even groot, omdat zij door hunne gelijke uitgebreidheid elk dezelfde gelegenheid tot ontvangst bieden; voor de afdeelingen links en rechts is zij betrekkelijk grooter, hoe meer van die vakken de afdeeling bevat; stellen wij voor de eene 54-7 en de andere 45,3. Daar wij bij

Sluiten