Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vakken rekenen, moeten wij de speelruimte hier op 100 stellen, en verkrijgen als waarschijnlijkheid voor de eene 54,7 en voor de andere 45,3 percent. Ongeveer dezelfde waarden zouden worden verkregen, indien een schaakbord, van 64 vakken, dus verdeeld ware, dat aan de eene zijde 35 en aan de andere 29 geheele vlakken lagen. De speelruimte ware dan 64, en alleen om een vaste schaal van berekening te verkrijgen, tot 100 herleid.

Noemen wij de eenheden waarin de speelruimte verdeeld is, kansen, dan staan hier 35 tegenover 29 kansen, of bijna 54,7 tegenover 45,3; de som der tegenover elkaar staande is telkens de speelruimte.

Laat voorts een vaas 1000 ballen bevatten, waarvan de helft zwart en de andere helft wit; dan is bij de eerste trekking in den blinde even waarschijnlijk, dat een zwarte als dat een witte bal uit de vaas wordt gehaald; bij een tweede trekking staan 500 tegen 499 kansen, bij een derde 5co tegenover 498, of, zoo de twee eerste ballen verschillend van kleur waren, 499 aan weerszijden, en zoo vervolgens. Wij onderstellen hier, dat beide soorten evenzeer voor de hand liggen, hoewel dat in werkelijkheid niet licht zal voorkomen. Iets anders is het, wanneer wij de ballen van 1 tot 1000 nummeren, en vragen welke kans bij de eerste trekking voor elk nummer op zichzelf bestaat. Gesteld dat zij allen even licht bereikbaar zijn, dan is de waarschijnlijkheid voor elk afzonderlijk slechts een op duizend, of T'ff percent. Liggen zij niet gelijkelijk voor de hand, dan wordt de waarschijnlijkheid anders verdeeld, doch bij gebreke van nadere kennis onbepaalbaar tusschen een uiterst gering bedrag en dicht bij honderd per-

*) Niet nul, want dit geldt voor eiken bal buiten de vaas. Volle

Sluiten