Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan wij vroeger gesproken hebben. Miskennen wij echter niet, dat naast het geloof ook het streven naar kennis aan het werk dier theologen zijn aandeel heeft, en zij daarom op hunnen weg veel aan het licht brengen ten bate ook van andersdenkenden. In de persoonlijke overtuiging van hem die aan de wetenschap den voorrang in zijn leven toekent, zal zonder een bijeenmenging van geloof toch ook geene afsluiting tot stand komen, al meent hij voor dit persoonlijke geene propaganda te mogen maken.

Hetgeen ons hier vooral aangaat is, dat niet alleen elke theologie, maar elke vorm van religie een begin van wereldbeschouwing in zich sluit. De beroemde tormule van Schleiermacher '), volgens welke religie hierin bestaat, dat wij ons bewust zijn volstrekt afhankelijk te wezen, wordt zelve aanstonds aangevuld met die afhankelijkheid te verklaren als een betrekking tot God, en er wordt bijgevoegd, dat in het bewustzijn steeds bevat is de voorstelling van het subject en die van zijn samenzijn met iets anders. Dus bij het „gevoel" van afhankelijkheid, zooals het even te voren genoemd werd, behoort de gedachte, minder of meer tot klaarheid gebracht, van een geheel waarvan wij zeiven deel uitmaken. De religie legt weliswaar op die gedachte den nadruk niet, doch zonder een zekere ontwikkeling dezer laatste is het onmogelijk, dat zijzelve, namelijk de inachtneming onzer verhouding tot de hoogste macht, een bepaalden vorm verkrijgt. Nu komt de ontwikkeling dier gedachte doorgaans, mede omdat zij niet

') Der christliche Glatibe, 1821, Einl. § 4: „Das sicli selbst sleiche Wesen der Frömmigkeit ist dieses, dass wir uns unsrerselbst als schlcclithin abhïngig, odcr, was dassclbc sagen will, als 111 Beziebung mit Gott bewusst sind

Sluiten