Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomistische geeft wel eens aanleiding om te vergeten, dat dit denkbeeld wel kan worden gewijzigd doch niet ter zijde gesteld. Wie het behoorlijke van harte doet, gevoelt zich door den plicht wel niet als door een uiterlijk gebod in zijn eigen streven beperkt; doch vooreerst is de levenswijze van den mensch zooals wij hem kennen slechts ten deele en bij uitzondering met zijn eigen plichtbesef in harmonie; en dan, wat de hoofdzaak is, de goede daad, ook waar zij volgaarne verricht wordt, blijft niettemin datgene wat hij behoort te doen. Handelt hij anders, onder welken invloed dan ook, dan verwijt hij zich later, niet enkel, onverstandig of tegen zijn eigen belang gehandeld te hebben, maar te hebben te kort gedaan aan hetgeen hem door de verhoudingen waarin hij zich geplaatst vindt, als normale en redelijke handeling was voorgeschreven. Slechts voor een volmaakt zedelijk wezen zou deze onderscheiding van louter formele beteekenis zijn; het voordeeligste, het verstandigste, het normale gedrag zou samenvallen met alwat zulk een wezen werkelijk wilde en ten uitvoer bracht. Voor ons, met onze zwakheden en beperkte kennis, zijn het onderscheidene gezichtspunten waaruit wij het menschelijk doen beoordeelen, en komen wij, bij het beramen van maatregelen, beurtelings nagaande wat ons meest winstbrengend, voorzichtig of plichtmatig voorkomt, niet telkens tot hetzelfde resultaat; het onvoorwaardelijk plichtgebod, de „kategorische imperativus" van Kant, behoudt ook bij de autonomistische opvatting zijn volle beteekenis. De norm raadt ons niet, maar legt ons op, zoo en niet anders te doen, en ook het gebod van een menschelijken of bovenmenschelijken meester zouden wij misschien tot onze onmetelijke schade, maar toch zonder zedelijke blaam in den wind slaan tenzij een norm die op een wezenlijk

Sluiten