Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de middelen tot onderhoud en genot des levens verzekert; van vreedzaam verkeer, en algemeene welwillendheid en weerkeerige ondersteuning. Elkeen, dus schijnt het wel, moest zich daarin gelukkig en tevreden gevoelen, omdat de behoeften en eischen niet verder gingen dan het telkens verkrijgbare. Doch voor het gevoel van hoevelen ware dat immers een geheel ondragelijk bestaan; hoe zien wij ze haken naar een geestesleven dat zich vermeit in het opnemen en oppervlakkig verwerken van duizenderlei indrukken, en niet telt of bemerkt, wat het individu daarvoor in andere opzichten moet ontberen! Of hoe zoeken anderen hun hoogste geluk in toewijding aan eene of andere zaak, waarvoor zij de ontwikkeling van hun aanleg in menige andere richting gaarne prijs geven! Afgezien van lijdelijke naturen, die zich vergenoegen met een kalm en gelijkmatig voortbestaan, onderscheiden wij in het algemeen degenen die het geluk zoeken in krachtig doorzetten volgens een gekozen richting, van hen voor wie het gelegen is in alzijdige harmonie. Het natuurlijke verschil ' tusschen de belanghebbenden brengt verschil van behoeften, en dus ook verschil van welzijn mede. Algemeene ontwerpen tot bevordering van menschelijk geluk gaan uit van een schaars onderzochte hypothese, die rechtstreeks afstamt van de platonische ideënleer: de hypothese van de volstrekte eenswezendheid van het menschelijk geslacht. In zekere mate moeten wij deze aannemen, of de behandeling van den een op grond van hetgeen wij slechts bij den ander hebben kunnen opmerken, ware niet te rechtvaardigen. Doch hoever gaat zij inderdaad? Bij Plato, waar de begrippen eeuwige vormen van het bestaande uitdrukken, komt men in gedachte afdalende gereedelijk van het levende tot het dier, van het dier tot den mensch; na dezen houdt

27

Sluiten