Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

valt dus zijn recht samen met zijne macht, immers met zijn vermogen om zichzelven en zijne natuur staande te houden. Die macht wordt verhoogd door vereeniging met anderen, zoodat het streven naar zoodanige vereeniging normaal en rechtmatig blijkt. Waar de vereeniging tot stand komt, wordt haar gezamenlijke wil, de resultante uit de strevingen harer leden, in wetten uitgedrukt, en deze zijn voor hare leden recht, als natuurlijke uitvloeisels van hun eigen oorspronkelijk recht. — Zou dan het stellige recht, dus heeft men met verontwaardiging gevraagd, niet anders zijn dan een middel tol maehtsverhooging, en elke nadrukkelijke krachtoefening, op grond van het oorspronkelijke recht, geheel naar behooren? Dat bezwaar vervalt echter zoodra men bedenkt, dat de mensch volgens Spinoza „handelt" (agit) alleen in zoover hij de rede volgt en deugdzaam tracht te leven, daarentegen in zoover hij door hartstocht of verkeerd inzicht in beweging wordt gebracht, een lijdelijke rol vervult '). Het overweldigen van anderen kan geene machtoefening heeten, omdat zijne eigene volmaking als redelijk wezen daaronder schade lijdt. De rede doet den mensch inzien 1), dat het hoogste goed voor hen wien het om de deugd (of de volmaking) te doen is, aan allen gemeen is en door allen gelijkelijk kan genoten worden;

') Etli. IV praef.: „Homo affcetibus obnoxius sui juris non est, scd fortunae". Ib. prop. 5: „vis et incrementum cujuscunque passionis, ejusque in existendo perseverantia, non definitur potentii qua nos in existendo pcrseverare conamur, scd causae extcrnae potentii cura nostra comparatl".

') Etli. IV. 36: „Summum bonum eorum qui virtutem sectantur, omnibus commune est, eoquc omnes acque gaudere possunt*'. Ib. 37: „Ronum quod unusquisque qui sectatur virtutem, sibi appetit, reliquis hominibus etiam cupiet". Ib. 63: „Qui metu ducitur, et bonum, ut malum vitet, agit, is Ratione non ducitur".

Sluiten