Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht als voor dieren en planten; of naast haar komen nog andere factoren, b.v. het vervolgen van persoonlijke oogmerken, ons gedrag bepalen, en dan moet er een reden zijn, waarom die éene aandrift geroepen zou zijn den boventoon te voeren.

De kantiaansche bepaling van het recht, als het geheel der voorwaarden waarop de willekeur (of verkiezing) van den een met die van den ander volgens een algemeene wet der vrijheid kan verbonden worden, laat in het midden, welke waarde de vrijheid van den een ook voor den ander heeft.

Zoo vindt men zich overal gedrongen om hetzij de minderheid of zwakkere aan een sterkere partij te onderwerpen omdat deze de sterkere is, — of anders, den dwang, zonder welken staat en wet niet zouden zijn, uit een norm af te leiden, waaraan wij door onze redelijke natuur gebonden zijn. Ons aller hoogste belang is, dat door ons, en allen met wie wij te doen hebben, een redelijk leven geleid worde, gelijk wij zelfs voor de geheele wereld een redelijke inrichting moeten verlangen. Zoodanig leven te verhoogen en te verbreiden naar ons beste vermogen, is onze voorname taak, waarvan elke andere slechts een uitvloeisel kan zijn. De arbeid aan die taak, en de middelen waarover wij daartoe te beschikken hebben, loopen gevaren, die niet te bezweren zijn dan door zekere instellingen en handelwijzen, die zoo noodig tegen den verkeerd ingelichten wil van sommigen worden staande gehouden en toegepast. Staat en wet zijn normaal omdat en in zooverre zij den mensch in de gelegenheid stellen om zijn plicht als mensch te doen. Wij hebben rechten omdat wij plichten hebben; en hierdoor hangt het staatsleven samen met het zedelijke leven, zonder hetwelk het, als stelselmatige onderdrukking

Sluiten