Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij op hare herziening aandringen. Doch ook hier moet gevraagd worden, hoever dat gaan kan zonder aan hoogeren plicht te kort te doen; van waar af de uitspraak begint te gelden, dat men „Gode meer dan den menschen heeft te gehoorzamen". Overlevering en partijbelang mogen hier niet den doorslag geven; traagheid van geest, zelfzucht of onberaden ijver dekt zich maar al te vaak met eerbiedwaardige leuzen. Maar het duurzame gemeen belang en de gelegenheid tot gezonde ontwikkeling van 's menschen aanleg mag door eenzijdige opvatting van wat van den onderdaan mag gevergd worden, geen schade lijden; geen verkregen goed roekeloos vernield, geene eerlijke partij onderdrukt ter wille van uiterlijke eenparigheid. Bij gebreke van een algemeen erkende aanwijzing der gevallen waarin dit geschieden zou, is beide, voor den staat en den onderdaan, de grootste bedachtzaamheid noodig; vooral waar de een in gemoede opleiding van het individu tot hoogere vrijheid beoogt, of de ander zijne eigene ernstige wenschen en overtuigingen in tegenspraak vindt met die van medegerechtigden. Zooveel het kan, laat men verstandigerwijze ieders inwendig leven onaangeroerd, en oefent daarop invloed alleen door het voorbeeld te geven van wat men zelf voor het meer normale leven houdt, en zijne denkwijze aan den dag te leggen zonder ze iemand op te dringen. Slechts waar de levensspheer van den een dien van den ander raakt, kan dwang te pas komen; doch dan alleen, wanneer men na rijp beraad tot het besluit is gekomen, dat daardoor een werkelijk overwegend algemeen belang bevorderd wordt, en anders niet kan bevorderd worden; — en dan ook de volle mate van dwang die men noodig heeft, niet meer doch ook niet minder. Hoe moeielijker het valt om hiervoor dadelijk toepasselijke regelen te geven,

Sluiten