Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder te beantwoorden aan eenig redelijk doel, zou enkel als een blijk van krankzinnigheid ernstige aandacht verdienen ').

Met de vrij eenvoudige formulen van beroemde schrijvers voor oogen, vleit men zich al te spoedig met een stelsel van schoonheidsleer dat uit een enkel beginsel zou zijn af te leiden. Inderdaad, is de schoonheid een hoedanigheid op zichzelf, b.v. niet anders dan harmonie, — dan is zij echter alom zoozeer met andere aantrekkelijkheden saamgeweven, dat hare afzonderlijke behandeling nauwelijks meer dan een levenloos wiskundig schema opleveren kan. Of wil men al dat aantrekkelijke in zijn onderling verband bestudeeren, dan ontstaat er een wetenschap die (als de meeste andere) de ervaring nergens loslaten kan, en de systematische eenheid slechts als ideaal kan nastreven.

In den laatsten tijd is er veel geredetwist over de vraag, of de „inhoud" dan wel de „vorm" van een kunstwerk de schoonheid daarvan bepaalde *). Vele van die werken behelzen de afbeelding van een of ander voorwerp; de overige althans de uitdrukking van een denkbeeld of gedachte; aan dit afgebeelde of uitgedrukte, hetwelk onafhankelijk van het kunstwerk elders bestaat, beantwoordt dan hetgeen men den „inhoud" van dit laatste noemt, terwijl men onder den „vorm" het gebruik van zekere voertuigen en

') Gezonder leus dan het dikwijls herbaalde „Part pour Part" zou „Part pour Phomuie" wezen. Van iets dat in eene onzer behoeften uitmuntend voorziet, behoeven wij daarom geen afgod te maken.

*■) Vorm is hier iets geheel anders dan waar men naar het voorbeeld van Aristoteles „stof" daartegenoverstelt. Daar zou de vorm, b.v. de gedaante van het standbeeld, het eenige zijn dat een artistieke beteekenis kon hebben, terwijl de „stof", b.v. koper of steen, slechts datgene ware waaraan door vormgeving een kunstwaarde kon worden medegedeeld.

Sluiten