Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden zullen zijn dan de woordvoerders dier richtingen van ondergeschikte beteekenis.

Behalve de wijsgeerige vraagpunten die zich bij de beschouwing der kunst in hare duizenderlei uitingen dus overal voordoen, moet niet minder worden overwogen, in hoeverre de kunstoefening aan een harmonische ontwikkeling van den geheelen mensch ten goede komt, en welke grenzen zij niet kan overschrijden dan ten koste van andere, niet minder gewichtige aangelegenheden. Dat zij, of de gewoonten, betrekkingen en levenswijzen die zij met zich brengt, dikwijls een overprikkeling van driften en een verslapping van het bewustzijn van plicht en persoonlijke waardigheid bevorderd hebben, valt niet te ontkennen; zoodat zij zich nu en dan niet zonder alle reden een volstrekte veroordeeling, of een op den duur ondragelijke beperking op den hals heeft gehaald. Dat daarop geantwoord wordt met alwie haar niet onvoorwaardelijk den teugel wil vieren, uit te maken voor een bekrompen zedemeester en wat dies meer zij, ontslaat ons niet van een onpartijdig onderzoek van het geschil. En 0111 niet buiten ons tegenwoordig bestek te gaan, zullen wij daarnaast slechts nog de vraag vermelden, of kunstoefening, hoe onmisbaar ook om onze behoefte aan het schoone te vervullen, — naardien nu eenmaal de verschijning die ons zonder haar te beurt valt, daarin te kort schiet, — aan die behoefte genoegzaam kan voldoen ? Zou niet, wie het schoone liefheeft, het allermeest willen bevorderen in de gesteldheid der originelen, reeds omdat wij met deze in veelvuldiger aanraking komen dan met de werken der eigenlijke schoone kunsten, die slechts vermogen hier en daar een veredelde uitgave te leveren van een fragment of extract der ons verschijnende wereld ? Zou niet nog meer dan de schoonheid van muziek die van

Sluiten