Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen onze aandacht. Zijn daarop inderdaad geene uitzonderingen te vinden, zoo men slechts beneden de oppervlakte doordringt, waar de gewone spraakleer ze bij eiken stap aanwijst? En zoo dat waar is, zorgt de weldadige natuur ook zonder ons medeweten voor die volkomene, verborgene, doch (naar men wil) bewijsbare regelmatigheid ? — of anders, is zij soms een onmisbaar regulatief beginsel voor den taalvorscher, hoewel in waarheid toch niet in eenige taal verwezenlijkt? Wordt daarentegen de taal bovenal als een gewrocht van den geest aangemerkt, dan rijst weer de vraag, in hoever daarvoor een norm moet worden erkend, die hij bij het toepassen en verder ontwikkelen heeft 11a te leven. E11 zoo is er in velerlei richtingen stof in overvloed voor een taalphilosophie, die in het volledige stelsel der wijsbegeerte niet kan gemist worden.

7de Hoofdstuk: De geschiedenis.

Het menschdom is door zijne bij allen in hoofdzaak eenzelvige geaardheid verbonden tot een soort of een geslacht, waarvan wij de eigenschappen en levensuitingen, in het algemeen zoowel als bij hare onderscheidene afdeelingen, kunnen opsporen, en zoodoende een anthropologie naast de zoölogie en verdere natuurbeschrijving stellen. Door het verkeer zijner leden, met behulp der taal, is het tevens vereenigd tot een geheel zooals wij dat bij geene diersoort terugvinden: tot zekere hoogte vergelijkbaar met een enkel wezen, welks leven vele eeuwen omvat, en dat zich te midden van het opkomen en vergaan van een reeks van generatiën voortdurend beijvert 0111 zekeren staat van zaken te bereiken, althans te handhaven, waarin het, met de

Sluiten