Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in tafereel zou zijn gebracht, en men daaruit alle denkbare wetten in den vorm van algemeene hypothetische oordeelen had opgemaakt („zoo dikwijls A enz. is, is te zijner tijd ook B"), zouden er toch nog belangrijke vragen overblijven, die noch de historicus, noch de oeconomist, de politicus, de psycholoog enz. voor zijne rekening behoeft te nemen. Voornamelijk zou men willen weten, welk karakter aan die reeks van veranderingen, die voortdurende beweging, in haar geheel valt toe te schrijven. Gaat zij als in een cirkel rond, zooals b.v. Plato en Aristoteles het voorstellen? Of volgt, zooals in de Werken en Dagen van Hesiodus, op een gouden eeuw een zilveren, een koperen, eene van halfgoden, eindelijk de ijzeren waarin wij leven ? Of ook, is de beweging, de ontwikkeling van het een uit het ander, te verstaan als een vooruitgang, hetzij hier en daar afgebroken door tijdelijken stilstand of teruggang, hetzij gestadig in weerwil van allen schijn? Eerst waar men tusschen deze opvattingen en hare mogelijke verbindingen op goede gronden beslist had, zou het historische proces in zijn geheel begrijpelijk zijn geworden, al bleef voor de verklaring zijner deelen nog het meeste te doen

De oude zuiver theologische wereldbeschouwing bracht mede, dat een vroeger geslacht, — waaromtrent de verhalen van meerdere verschijningen en gunstbewijzen der goden gewaagden dan men uit eigen herinnering bijbrengen kon, — nader met die machtige, onsterfelijke en zalige wezens

') Een eerste overzicht van liet hieromtrent verhandelde kan men oiuleenen aan de prijsverhandeling van R. Rocholl: die Pliilosophie der Geschichte ; Darstellung und Kritik der Versuche zu einem Aufbau dersclben, Göttingen 1878. Vgl. ook de rede van M. Lazarus: Ueber die Ideen in der Geschichte, Berlin 1863.

Sluiten