Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stelt aan als borgen de hierbovengenoemde ridders en knapen, die, als hij verzuimt de pacht te betalen, »sonder e(e)nich wedersegghen" op de eerste aanmaning van het Kapittel »in ene herberglie binnen Utrecht, daer si ons in wisen (wijzen)," zullen verschijnen. Hij die het eerst gemaand zal worden, zal, zonder op een ander te wachten, den herberg binnengaan, aldaar »maeltiden (eten) en slapen" en dezelve niet verlaten voor dat aan het Kapittel betaald zijn de pacht en »sulken coste alse si daden om mi ende om mine borghen in te manen." Mocht een der borgen in dien tusschentijd in die »herberghe" sterven, zoo verplicht zich Gijsbrecht een anderen borg »weder te setten in des doden stede." Mocht een der borgen »sijn trouwe" verbreken, dan amoghen hem die ander niet bescudden."

Deze brief is geteekend »mit gesamender hant ende elc voer al" door Gijsbrecht van Abcoude en zijne borgers. Volgens mededeeling in het Feuilleton voornoemd is, blijkens brief van 1349 op St. Odulphusdag, »na doode van Gijsbrecht van Loenresloot, Gijsbrecht van Sterkenburg (Starkenborch) in diens opengevallen plaats" getreden.

Na den dood van Heer Gijsbrecht van Abcoude, die de pacht slechts gedurende zijn leven had, verpachtte het Kapittel van St. Marie, volgens brief van 1380 »op den Mey-avont" 1) »hoer gerechten, tinze ende tienden groet ende cleyne van Cortehoeven, Tankenvenne, Horstwerde, Dorschervene 2) ende Indix-tienden aan Alfer van der Horst »Knape" voor de jaarlijksche som van »hondert ende vijftien goede oude gulden Vrancrycsche scilden," te voldoen binnen Utrecht zonder eenige korting voor swaternoet" (watersnood) »donre, blicsem, haghel, sne (sneeuw), reghen, herenscattinghe, roef, brand, oerloghe ofte van anders enigherhande onghelde ofte onrade."

1) Liber Pilosus blz. 321—324. Zie Bijlagen n°. 7.

2) Door de verbeurtverklaring der goederen van Gijsbrecht van Amstel, naar aanleiding van den moord op Graaf Floris V, kwam „Dorsschevene," de Dorsschewaard, in andere handen, en zoo het schijnt, in die van het Kapittel van St. Marie.

Sluiten