Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godschalk, omdat de bescheiden aangaande die zaak, door lang verloop van tijd en door den oorlog waren weggeraakt.

Dit merkwaardig, weinig geschonden charter geeft mij aanleiding om

te spreken over

De voormalige R. K.. Kerk van Kortenhoef.

Uit genoemd charter blijkt dat de Heerlijkheid vóór het laatst van de XIVe eeuw slechts een kapel en geen parochiekerk bezat; welke kapel bediend werd door den pastoor van Vreeland. Eerst later, en wel hoogstwaarschijnlijk in het begin der XVI<= eeuw, werd de tegenwoordige kerk met school en pastorie gebouwd, i) De meeste ker en hadden vóór de Reformatie hare eigen parochiale scholen en aan het ambt van koster was tevens dat van schoolmeester verbonden, hetgeen bevestigd wordt uit een verslag van predikanten in de provincie Utrecht vóór 1618. Wij lezen daarin hoe de predikant van Kortenhoef, waarschijnlijk Rumoldus Joannes van Reckhoven, zich beklaagt over »den coster, noopende de schole," die »syn eijgen soon daenn wil dringen, daer nochtans hij (predikant) daertoc aengenomcn was." 2) De koster liet zich zijn recht niet ontnemen, en volgens eenige onder nnj berustende kopieën van archiefstukken hebben ook zijne opvolgers het schoolmeestersambt blijven uitoefenen. '

De voormalige woning van het tegenwoordige hoofd der school, den Heer Garretsen, is ontegenzeggelijk de oude pastorie en school geweest. Zij behoorden tot de kerk en maakten daarvan het integraal deel uit. Volgens mijne meening is derhalve die woning geen eigendom van de o-emeente, maar kerkelijk goed. De later aangebouwde school kan een quaestieus bezit genoemd worden, daar zij door e gemeen c gebouwd is geworden.

,\ Van Ileusen cn v. Rijn. In voce Kortenhoef.

2) Bijdr. tot de Gesch. van de Gemeenten der Hervormden in de 1'rov. Urecht voor 15ij KeminU & Zoon. 1847.

Sluiten