Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»dat het gevolg van die inroeping is, dat staande uwen dienst hij met den deurwaarder op gerechtelijke wijze zijn bank in bezit moet nemen";

■»dat zijne godsdienstige principes en zijn eerbied voor goddelijke diensten hem verbieden opschudding te veroorzaken in welk kerkgebouw ook";

»dat hij derhalve, zonder eenigen afstand te doen van zijn onbetwistbaar recht, voorloopig zal berusten in uw onrechtmatig besluit en zich ten allen tijde blijft reserveeren het recht op de bank".

Als een der bewijzen van eigendom legde hij nog het volgend briefje over:

»Dominus Huygens en den secretaris hebbe mij geseijt dat eenen Weduwe Lakeveld, moey van de booden van Cortenhoef en bij dezelve wonende als commensaal de vrijheyt gebruijckt van UEds. plaets in de Kerk aldaer te occupeeren en devvyl ik niet weet of daertoe van UEd. permissie heeft bekoomen, soo versoecke in antwoord dezer d'Eer te hebben van sulks te vernemen, om te weeten waarna mij te reguleeren in 't mainteneeren van 't respect aan UEds plaets verschuldigd."

Dit briefje i) van schout C. Pook dato 16 Juni 1734 »aen HoogEdele Heeren Ambachtheeren van Cortenhoef, regenten van 's Pietersgasthuys", bewijst ten duidelijkst dat met sUEds plaets" bedoeld wordt de bank en niet »één plaats", zooals de Kerkvoogdij belieft te beweren. Immers de vijf regenten konden met hun allen toch niet »één plaats" »occupeeren".

Ik vermeen in deze quaestie, welke ook mijn opvolgers aangaat, fair gehandeld te hebben en hoop dat nog eenmaal de Kerkvoogdij op haar onwettig besluit zal terugkomen en zal inzien dat zij hier een onrechtmatige daad heeft gedaan.

In de kerk hangt een wapenbord met »Obiit den XIX May A°. MDCCI". Het daarop uitgesneden wapen kan ik vooralsnog niet te huis brengen. Op een ander bord staat:

1) Sted. Arch. te Amst. 's Pietersgasthuis.

Sluiten