Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts, dat ik in alles niet volkomen aan uw hooggespannen verwachting, die welligt mijne krachten aan mijnen goeden wil geevenredigd acht, zal kunnen beantwoorden. Dit intusschen beloof ik U plechtig dat ik naar mijn vermogen alle mijne krachten zal inspannen, om, waar ik slechts kan, den bloei en voorspoed dezer gemeente, en het geluk en genoegen der mij zoo dierbaare Ingezetenen te helpen bevorderen, waartoe de Almagtige zijnen zegen en bijstand verleene. Gegeven te Kortenhoef den ióen Maart 1839. De Ambachtsheer voornoemd. Get. van Pellecom van Kortenhoef.

Deze proclamatie getuigt duidelijk dat de ambachtsheer geheel van zijne waardigheid was bewust. Dat bewustzijn was zoo sterk dat hij zijn wapen in dat der Gemeente liet opnemen.

Door een verzuim van het «plaatselijk bestuur der Heerlijkheid en Gemeente Kortenhoef" was verzuimd aan den Hoogen Raad van Adel de bevestiging aan te vragen van het wapen van Kortenhoef. Waarschijnlijk heeft de nieuwe ambachtsheer genoemd Bestuur op dit verzuim gewezen, want een maand na de blijde inkomste werd de teekening van het nieuwe wapen aan den Hoogen Raad ingezonden, waarop de bevestiging is verkregen. Het is jammer, dat door eene kleine ijdelheid van den emeritus-predikant het aloude wapen van Kortenhoef veranderd is geworden en thans gekwartierd is met dat van Van Pellecom.

Dominè van Pellecom, ofschoon een man van buitengewone geestvermogens en een verdienstelijk schrijver, 1) was tegenover de katholieken zeer onverdraagzaam en verdedigde met hand en tand de zoogenaamde rechten van de afgeschafte Staatskerk. Men houdt hem voor den schrijver van het pamflet »De Jezuieten, de troon der Nederlanden en het Concordaat"

Z. M. de Koning benoemde hem tot ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw.

1) In mijn Kortenhoefsch archief berust o. a. zijn Lof der schilderkunst, met inschrift aden WelEerw. Heer G. J. Gimberg, Predikant te Kortenhoef van zijn medebroeder den schrijver.

Sluiten