Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij zijn dood waren zijne kinderen erfgenaam der Heerlijkheid. Zijn zoon werd Burgemeester van 's Graveland en Kortenhoef. Geldelijke omstandigheden waren oorzaak dat zijne laatste levensjaren voor hem diep rampzalig waren. In 1895 verkochten zijne kinderen de Heerlijkheid, welke gekocht werd door den tegenwoordigen

XIden Heer van Kortenhoef,

r

Bernardus Joannes Maria de Bont, Commandeur in de orde van het H. Graf te Jerusalem en in die van den H Gregorius den Groote; zoon van Doctor Bernardus Henricus Cornelius en van Mechteldis Francisca Elisa Schmitz, geboren te Utrecht den 5en September 1845 en gehuwd met Elisabeth Henriette Margareta Reijffert, dochter van Doctor Marcus Henricus en Maria Magdalena Hendriks.

Den i6en Juli 1896 werd hij door de inwoners van Kortenhoef op plechtige en hartelijke wijze ingehaald. De architect Jac. van Straaten bouwde voorhem een landhuis, waarin de geschilderde wapens der vorige ambachtsheeren zijn aangebracht. Het landhuis is gelegen aan de zoogenaamde Heerlijkheid, eene vaart welke op oude kaarten genoemd wordt Den Soeten Inval en aan den

Tol,

waarover wij enkele bijzonderheden willen mededeelen.

In 1696 was de Zuwe van af de Kortenhoefsche vaart tot aan de Vecht in zoodanig verval dat zij bij slecht weder niet meer begaanbaar was. De schout Rijck Louvre, maakte met sbuermeesters ende gerechten" een accoord waarbij hij zich verbond de Zuwe in goeden staat te brengen en te onderhouden, mits de Staten van Utrecht hem toestonden een tol te mogen plaatsen. Bij resolutiën van 25 Juni 1697 en van 10 Juni 1698 werd het verzoek van genoemden schout ingewilligd door Gedeputeerde Staten. Rijck Louvre bouwde het thans nog

Sluiten