Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zet tot zijne borgen) haer Johan van Rijnensteyne, haer Johan van Lymbeke, ridders, Alfaer van der Horst, Eerst Taedse, Eerst van Steenre, Aelbarcn van den Oerde. Johan van Scerpenzeel, Johan die Bole Dircssoen ende Lodewyck die Wale knapen (.. . verder als in den voorgaanden. Zij beloven den leistings-plicht trouw na te komen) wi Johan van Rijnensteyne, Johan van Lymbeec, ridders, Alfaer van der Horst, Eerst Taedse, Eerst van Steenre ende Aelberen van der Oerde voers. mit hem mit ghesamender hant elc voer al ende onghescheyden, ende wie Johan van Scerpenzeel, Johan die Bole ende Lodewyck die Wale, borgers t'Utrecht, gheloven 't mede alse goede borghen, alse elc mit neghen deel van den voerzeyden ghelde ende ghelofte hem selven te quiten... (verder als in deti voorgaanden.) Ghegheven in 't jaer Ons Heren duzent driehondert achte ende tachtich des Dinxdaghes na Jaers-dach.

Liber Pilosus van S. Marie. Blz. 210 — 12. Rijks-arch. Utrecht. (Vriendelijke mededeeling van den ZeerEerw. lieer J. II. Ilofman.)

Charter betreffende de kai'ei. van Kortenhoef.

1. 4 Juni 1380. De Officiaal van Utrecht bevestigt de vroeger gegeven uitspraak in een geschil, destijds gehangen hebbende tusschen Mr. Godschalk, pastoor van Vreeland, rector der kapel van Kortenhoef en fafriekmeesters der heilige stede te Amsterdam, over eene uitkeering en waarvan nu eene nieuwe berechting was gevraagd door Beer Arnoldus Pietersz. gezegd Springer, opvolger van Mr. Godschalk, omdat de bescheiden aangaande die zaak, door lang verloop van tijd en door den oorlog, waren weggeraakt.

Charter; perkament; origineel. Weinig geschonden.

2. Protocol van rentebrieven, van 1556—1595 en van 1650—1665.

3. Protocol van plechten en andere gerechtelijke akten, van 1698—1811.

4. Bandingrechtsrollen, van 1659, 1660, 1680, 1686 tot 1716, 1731 tot 1748, 1767 en 1793.

Sluiten