Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van t'Hoff van Justitie procureur-generaal ende de maarschalcken, mitsgaders de ambachtsheren van Cortehoufif, Vreland ende Nederhorst.

dat voor de voors. gabelle den voornoemden schout Louvre of sijns rechts hebbende, in plaatse van gehoefslaagdens verplicht sal of sullen zijn jaarlijx ende alle jaar op een sekere hooghte ende peijl, bij die van den gerechte aen de brugge in de zuvven leggende te doen slaen of tekenen, deselve zuwenwegh te doen maken ende uijt de schouwe te houden van die van den gerechte van Cortehoufif op de boete daartoe staende volgens haar Ed. Mo. appointement van den 25™ Junij 1697.

dat niemand den boomwachter sal mogen injuriëren ofif qualijck handelen, maar bij het openen van den boom sijn stuijver sal moeten betalen op pene van vijf en twintig gulden te verbeuren, d'eene helft ten behouve van de kerck van Cortehoufif ende d'ander helfte ten behouve van de boomwachter.

dat den schout Louvre of sijns rechthebbende jaarlijcx ende alle jaar sal moeten betalen aen de kerck van Cortehouff een somme van dertigh gulden, sullende ingaen na dat den toll daarvan sal worden genoten.

dat daarentegens den voors. schout Louvre de gemelte zuwenvveg sal mogen beweijden ende met hout of bomen bepoten, ende die vermogen te doen kappen soo hij te rade sal vinden, mits de wegh onderhoudende op de schouwe van die van den gerechte van Cortehoufif als voors. is.

Ende ordonneren haar Ed. Mo. d'ingesetenen van Cortehouff ende allen anderen sigh na de voors. articulen te reguleren.

Ende permitteren den voornoemden schout Louvre om dese articulen tot Cortehouff voors te mogen doen publiceren ende affigeren opdat een ider sigh daarna kan gedragen.

(Rijksarchief Utrecht. Extract uit Resolutiën Ged. Staten van Utrecht.)

Sluiten